• Een vleug Jugendstil in Oost Groningen
  • 2022-12-11T00:00:00+01:00
  • 2023-04-02T23:59:59+02:00
  • Na 1900 werden in Nederland ook op het platteland steeds vaker woningen gebouwd met Jugendstil elementen. De in 1903 in de stad Groningen gehouden tentoonstelling voor Nederlandse Kunst & Nijverheid zorgde in het noorden voor een doorbraak. In het noorden staan ook op het platteland relatief veel Jugendstil panden. We presenteren op zaal naast een top 20 aan gebouwen, ook (voorbeeld) boeken-, interieur- en decoratie stukken.
  • Wanneer 11 december 2022 t/m 02 april 2023 (Europe/Amsterdam / UTC100)
  • Agenda-item aan agenda toevoegen iCal

ADOPTEER DEZE TENTOONSTELLING.jpg

In de 19de eeuw ontstonden allerlei neostijlen die teruggrepen op een roemrucht verleden. Neoclassicisme, neogotiek en allerlei eclectische mengvormen. Jugendstil of Art Nouveau (Nieuwe Kunst), wilde met deze traditie breken en gebruik maken van nieuwe technieken. Er was ruimte voor ornamenten in deur- en raampartijen in vloeiende lijnen, geïnspireerd door de natuur. De inrichting van het gebouw was vaak in overeenstemming met het uiterlijk. Later raakte het weer geheel uit de gratie vanwege de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog. Door verbouwingen zijn veel interieurdetails nu nog bestaande gebouwen verloren gegaan, maar gelukkig is er een revival. Soms worden panden met gevoel voor details weer gerestaureerd. Er is weer belangstelling voor Jugendstil ook voor het in dezelfde periode ontworpen aardewerk- en porselein en niet te vergetende de boekdrukkunst.

Rond 1900 verrezen overal in Europa, maar tevens in andere continenten, nieuwe herenhuizen, villa’s en bedrijfsgebouwen onder Jugendstilarchitectuur. De panden die in Nederland gebouwd werden weken af van buitenlandse voorbeelden. Uitbundige vormen zoals we die in Brussel, Parijs en Riga zien, komen we in Nederland op een paar uitzonderingen na, niet tegen. Aanvankelijk jn grote steden met Den Haag als koploper. Uitbundige vormen in ijzer werden slechts toegepast in balkonhekjes, deurhekken, houders van vlaggenstokken en dergelijke. Dikwijls kon de architect zich niet geheel losmaken van allerlei neostijlen en herinneren neo-gotische en neo-renaissancistische elementen zoals torentjes, kantelen en erkertjes aan de voorgaande periode. De periode 1910/14 kenmerkte zich door een versobering die door velen ten onrechte als Art Deco wordt aangeduid. Deze mengeling van stijlen zien we ook in Oost - Groningen. De aannemer past toe waar de opdrachtgever kiest. Klant is koning niet waar...

Opmerkelijk dat we in kleinere dorpen en steden van Noord-Nederland soms sprankelende voorbeelden tegenkomen. Panden gebouwd in opdracht van jonge industriëlen en ondernemers en een ontluikende middenstand die geld beschikbaar hadden om te investeren in iets nieuws en zich vaak toch ook van de rest wilden onderscheiden. Lokale architecten keken af bij de grote namen, speelde men leentjebuur of gebruikte voorbeeldboeken. Ook de plaatselijke dorpstimmerman wist wel aan tegels met Jugendstilmotieven en glas-in-lood ramen te komen. En zo zijn er anno 2022/23 in de dorpen in Oost- Groningen nog steeds mooie voorbeelden te vinden van Jugendstilpanden en mengvormen,  waar Jugendstil elementen in zijn verwerkt. Een mooi voorbeeld is het in 1903 ontworpen pand voor de familie van Linge aan het Beneden Oosterdiep 141. Dit pand kent inmiddels een treurige geschiedenis van leegstand. Na het overlijden van de weduwe van Linge in 1965 staat het pand jarenlang leeg, maar nu schijnt het tij te keren. Andere panden bleven in gebruik,  zoals het pand Ketel in Wildervank dat op dit moment wordt gerestaureerd, de prachtige, door Jan Gerrit Siccama (1857-1928) ontworpen rentenierswoning aan de Raadhuiskade 29 te Wildervank te Wildervank, maar ook het mooie door architect A.J. Sanders (1868-1909) in opdracht van E.J. Duintjer (Klein Engbert) ontworpen pand aan het Bocht Oosterdiep 45. Dit pand is sterk geïnspireerd op de stijl van H.P. Berlage.

In de tentoonstelling besteden we aandacht aan diverse nu nog bestaande panden, maar ook aan interieurstukken zoals meubels, gebruiksvoorwerpen en boeken die een soort drie-eenheid met het speciaal voor de opdrachtgever gecreëerde gebouw vormden.