• Wanneer 07 juni 2020 t/m 08 november 2020 (Europe/Amsterdam / UTC200)
  • Agenda-item aan agenda toevoegen iCal

In de 19de eeuw ontstonden allerlei neostijlen die terug grepen op roemrucht verleden. Neoclassicisme, neogotiek en allerlei eclectische mengvormen. Jugendstil, oftewel ‘de Nieuwe Kunst’, wilde met deze traditie breken en gebruik maken van nieuw technieken. Er is ruimte voor ornamenten in deur- en raampartijen in vloeiende lijnen en geïnspireerd door de natuur. De inrichting van het gebouw is in overeenstemming met het uiterlijk. Samen met de inrichting van het gebouw vormt het geheel een totaal concept. Door verbouwingen zijn veel interieurdetails nu nog bestaande gebouwen verloren gegaan, maar gelukkig is er een revival. Soms worden panden met gevoel voor details weer gerestaureerd. Er is weer belangstelling voor Jugendstil ook voor het in dezelfde periode ontworpen aardewerk- en porselein en niet te vergetende de boekdrukkunst.

Rond 1900 zijn overal in Europa, maar vooral in de grote steden onder Jugendstilarchitectuur, nieuwe appartementen en gebouwen ontworpen. De Jugendstilpanden die in Nederland verrezen weken af van de Belgische en Russische voorbeelden. Uitbundige vormen zoals we die in Brussel en Riga zien, komen we in Nederland op een paar uitzonderingen na, niet tegen. Uitbundige vormen in ijzer werden slechts toegepast in balkonhekjes, deurhekken, houders van vlaggenstokken en dergelijke. Dikwijls kon de architect zich niet geheel losmaken van allerlei  neostijlen en herinneren neo-gotische en neo-renaissancistische elementen zoals torentjes, kantelen en erkertjes aan de voorgaande periode.

Op het platteland van Europa is Jugendstil een vrij zeldzaams verschijnsel. Toch komen we vooral ook in kleinere dorpen en steden in Noord Nederland soms sprankelende voorbeelden tegen. Panden gebouwd in opdracht van jonge industriëlen en ondernemers en een ontluikende middenstand die geld beschikbaar hadden om te investeren in iets nieuws en zich vaak toch ook van de rest wilden onderscheiden. Lokale architecten keken af  bij de grote namen en speelden leentjebuur. Ook de plaatselijke dorpstimmerman wist wel aan tegels met Jugendstilmotieven en glas-in-lood ramen te komen. En zo zijn er ook in plaatsen als Veendam en Wildervank en beide Pekela ’s anno 2020 nog steeds voorbeelden te vinden van Jugendstilpanden en mengvormen waar Jugendstilelementen in zijn verwerkt. Een mooi voorbeeld is het in 1903 door architect J.A. Hooykaas ontworpen pand voor de familie van Linge aan het Beneden Oosterdiep 141. Dit pand kent inmiddels een treurige geschiedenis van leegstand. Na het overlijden van de weduwe van Linge in 1965 staat het pand leeg. Andere panden hadden meer geluk. Zoals het pand Ketel in Wildervank dat op dit moment wordt gerestaureerd, de prachtige, door Jan Gerrit Siccama (1857-1928) ontworpen  rentenierswoning aan de Raadhuiskade 29 te Wildervank te Wildervank, maar ook het mooie door architect A.J. Sanders (1868-1909) in opdracht van E.J. Duintjer (Klein Engbert) ontworpen pand aan het Bocht Oosterdiep 45. Dit pand is sterk geïnspireerd op de stijl van Berlage.

In de tentoonstelling besteden we aandacht aan diverse nu nog bestaande panden, maar ook een interieurstukken zoals meubels en gebruiksvoorwerpen en boeken die een soort drie-eenheid met speciaal voor de opdrachtgever gecreëerde gebouw vormden.