Kiepkerels

 

 

 

 

Marskramers - Wandelende Warenhuizen 

Het verhaal van de kiepkerel, foto's en afbeeldingen en de muziek van George Petzinger, 'de Zwagers' en 'Daipswale'.

In de 17e, 18e en 19e eeuw trokken elk voorjaar duizenden Duitsers de grens over om in Nederland te gaan werken. Ze kwamen uit een gebied vlak over de grens (Westfalen, Munsterland, Teutoburgerwoud) dat minder welvarend was dan ons land. Hun motto was: "War in der Hiemat bittere Not, in Holland gabts Verdienst und Brot". Ze werkten als "hannekemaaiers" (grasmaaiers) bij de boeren of trokken als "kiepkerels" (marskramers).

Kiepkerels werden zo genoemd naar de "kiep" (mars of mand) vol koopwaar die ze op de rug met zich meedroegen. Meestal bestond hun handel uit lapjes, stoffen en kleding die ze 's winters thuis hadden vervaardigd of elders op de kop hadden getikt. Daarom werden ze ook wel hozeveling of hozeveelnk genoemd. (hozen zijn sokken of kousen, veelnk verwijst naar de streek van herkomst : Westfalen).

Velen ontpopten zich als handige handelaren die na verloop van tijd naast stoffen ook allerlei huishoudelijke artikelen, gereedschappen en andere gebruiksvoorwerpen meebrachten, bijvoorbeeld verkregen als ruil voor hun oorspronkelijke koopwaar.
Eind negentiende eeuw werd Westfalen welvarender. De trekarbeid werd minder noodzakelijk en door een maatregel van Bismarck zelfs onaantrekkelijk. 

Vele kiepkerels vestigden zich in Nederland. Sommigen was het zo voor de wind gegaan dat ze de basis hadden gelegd voor grote firma's, zoals bijvoorbeeld Peek & Cloppenburg, C & A Brenninkmeijer. Vroom & Dreesmann, en -tot 1983- Tricotage Schmidt in Wildervank.

Veel informatie over de kiepkerels is te vinden in het Veenkoloniaal Museum in Veendam. Bij het Gemeentehuis van Oude Pekela staat een prachtig beeld van een kiepkerel.

Kiepkerels werden zo genoemd naar de "kiep" (mars of mand) vol koopwaar die ze op de rug met zich meedroegen. Meestal bestond hun handel uit lapjes, stoffen en kleding die ze 's winters thuis hadden vervaardigd of elders op de kop hadden getikt.

Daarom werden ze ook wel hozeveling of hozeveelnk genoemd. (hozen zijn sokken of kousen, veelnk verwijst naar de streek van herkomst : Westfalen).

Velen ontpopten zich als handige handelaren die na verloop van tijd naast stoffen ook allerlei huishoudelijke artikelen, gereedschappen en andere gebruiksvoorwerpen meebrachten, bijvoorbeeld verkregen als ruil voor hun oorspronkelijke koopwaar.
Eind negentiende eeuw werd Westfalen welvarender. De trekarbeid werd minder noodzakelijk en door een maatregel van Bismarck zelfs onaantrekkelijk. 

Vele kiepkerels vestigden zich in Nederland. Sommigen was het zo voor de wind gegaan dat ze de basis hadden gelegd voor grote firma's, zoals bijvoorbeeld Peek & Cloppenburg, C & A Brenninkmeijer. Vroom & Dreesmann, en -tot 1983- Tricotage Schmidt in Wildervank.

Veel informatie over de kiepkerels is te vinden in het Veenkoloniaal Museum in Veendam. Bij het Gemeentehuis van Oude Pekela staat een prachtig beeld van een kiepkerel.

Kiepkerellaid
 

In 1949 schreef Herman Scholtens, toen burgemeester van Oude Pekela, ter gelegenheid van het 350-jarig bestaan van Oude Pekela het lied De Kiepkerel. 

Het werd gezongen in een revue door de bekende Pekelder George Petzinger. Hij voerde een 'lapjeskoopman' uit Westfalen ten tonele die al zingend zijn koopwaar voor de koopsters (vraauwlu) de revue laat passeren. Gezien de grote hoeveelheid spullen die de man in zijn kiep meesjouwde, was hij een ware wandelende 'Winkel van Sinkel'. Het lied is nog altijd populair. In 1980 zette Petzinger het als een nummer op de plaat De Zwagers.

 

Aanvullende informatie van Ben Doedens uit Oude Pekela:

Mijn oud collega Reint Mulder vertelde dat Scholtens in 1949 bij zijn vader kwam die in Oude Pekela een winkel van Sinkel (galanterieën en huishoudelijke artikelen) bedreef (Gezinus Mulder op de hoek van de Burg. van Weringstraat) om eens te kijken wat voor artikelen zo'n koopman nou in zijn kiep zou hebben. Samen met vader Mulder is ie toen de hele zaak doorgeweest en heeft de namen van al die oude artikelen, die WIJ allang vergeten zijn, opgeschreven.
Scholtens schreef het lied voor George Petzinger die het met verve bracht tijdens de OPA (Oude Pekela in Actie) feesten in 1949, ter gelegenheid van het 350-jarig bestaan van Oude Pekela.
 

Van Petzinger heeft de RON (Regionale Omroep Noord) een opname gemaakt op een glasplaat. Petzinger wordt hierop begeleid door een piano die nogal in staccato voor de begeleiding zorgt. Tevens is op de achtergrond telkens gelach te horen.George Petzinger bracht het lied ook samen met zijn zwager voor het voetlicht en zette het in de zeventiger jaren als Duo 'de Zwagers' op een lp met moderne orgelbegeleiding en veel rustiger gebracht. De ouwe versie heeft mijn voorkeur.

De kiepkerel in dit lied zingt een verbasterd Duits, dat veel weg heeft het van Gronings. De slimme kooplui hadden namelijk in de gaten dat ze de taal van de klant moesten verstaan en spreken om hun waar te verkopen.

Zij deden dus hun uiterste best om zich zo goed mogelijk de streektaal eigen te maken. Dat ging de een uiteraard beter af dan de ander.  Luister maar of deze kiepkerel er in slaagt je iets duidelijk te maken. Sloat oe slag!  Ales heb k joe mitgenommen, wen ie t heuren stoan ie verstomd.

Het Kiepkerel lied is ook opgenomen door de groep Daipswale onder de bezielende leiding van Wim Dussel uit Veendam. De Cd is uitverkocht, maar wellicht is hier en daar nog wel een exemplaar op de kop te tikken. Wim Dussel, die ook af en toe optreedt als Kiepkerel is ook via e-mail te bereiken.

Op de foto: Wim Dussel en burgemeester Schollema van Pekela

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kiepkerellaid
 

tekst:  Herman Scholtens / muziek: traditioneel

 

Vraauw de koopman ist gekommen, dij hail oet Westfoalen komt

Ales heb k joe mitgenommen, wen ie t zain stoan ie verstomd

Dizze dag, sloat oe slag!

Miene kiep het schöne loading. k Heb veur elk wat van zien goading

Wat j' ook zuiken, aaltied keur en ik vroag hoast niks doarveur.

 

Brillen, beugels, waskelappen, piepen klaain en piepen groot

Spaigeltjes en röttestappen, goarn swaart wit gruin blauw en rood

Piepke lak, aalmenak

Liefkes, braaischij, boordeknoopkes, aal wat k bring, t is niks as koopkes

Wat j' ook zuiken, aaltied keur en ik vroag hoast niks doarveur.

 

Braainaaln, snoefdeuzen, alloziekasten, hemden, sloapmutsen, lodderaain

Tondeldeuzen, lepels, kwasten, nappen van holt en ook van stain

Belze kaant, veterbaand

Lampegloazen, piepkedoppen, hupselen, buusdouken, snorrekoppen

Wat j' ook zuiken, aaltied keur en ik vroag hoast niks doarveur.

 

Beddelichters, moezevalen, spaigeltjes en piepkerek

Stofkammen, potlood, spelden, naalden, brilledeuzen slim in trek

Onderrokken, swevelstokken

Prima zaalf veur kòl in handen, scheertjes, tellers, kousebanden

Wat j' ook zuiken, aaltied keur en ik vroag hoast niks doarveur

 

Veters, perels, nappen, kammen, faailen, boantjes, bonetaauw

Liekdoornzaalve, plaaisters, krammen, goldbrons, testen, zakjes blaauw

Bloudkoralen, kamferbalen

Spenen, schouvik swaart-wit-rokken, sokophollers, streepte sokken

Wat j' ook zuiken, aaltied keur en ik vroag hoast niks doarveur.

 

Snorrebinders, mezzen, vörken, beugeltassen, hoorntaauw

Praimen, hoaken, ogen, körken, buusdouken mit en zunder raauw

Schriefpapier, bring k joe hier

Horrelozies, inkt veur t schrieven, lampepoesters, kezerieven

Wat j' ook zuiken, aaltied keur en ik vroag hoast niks doarveur.

 

Viefschaft, bözzels, schöddeldouken, piepereukels, beddetiek

Tandestokers, doagse brouken, smeersels tegen rimmetiek

Knoopsgatrek, slim in trek

Prima zaalf veur open bainen. Hozen, steutkoor en wetstainen

Wat j' ook zuiken, aaltied keur en ik vroag hoast niks doarveur

Vraauw, nog veule schöne zoaken zitten in dij kiep van mie

Wilt joe nou oe keuze moaken. Kiek ais heb oe niks derbie?

Dizze dag, sloat oe slag!

Miene kiep het schöne loading. k Heb veur elk wat van zien goading

Wat j'ook zuiken, aaltied keur en ik vroag hoast niks doarveur.

In de tekst staan veel woorden die duiden op huishoudelijke artikelen en gebruiksvoorwerpen die in de tijd van de kiepkerels in de gezinnen werden gebruikt. Ze geven een schat aan informatie over hoe men toen leefde.
 

beugels  metalen bogen voor de sluiting van beugeltassen
waskelappen wasdoekjes
piepen  pijpen
röttestappen   rattevallen
goarn garen
piepke lak pijpje (zegel)lak
aalmenak  almanak of jaarboekje, met astronomische gegevens (zon, maan, enz.), weersvoorspellingen, praktische huishoudelijke tips en allerlei spreuken  
liefkes   lijfjes (kousenophouder)
braaischij   breinaaldenhouder, kokertje dat onder de arm geklemd werd om de achtereinden van breinaalden in te steken als steun tijdens het breien
alloziekasten   doosjes voor zakhorloges
lodderain eau de cologne
Belze kaant   kant uit België
piepkedoppen   dekseltjes voor pijpen
hupselen  bretels
buusdouken   zakdoeken. Mit en zunder raauw duidt erop dat er speciale zakdoeken waren met een rouwrand, die hoorden bij de zwarte kleren die men droeg in een periode van rouw.
snorrekoppen mokken met half gesloten bovenkant, waardoor de snorharen van snorrendragende mannen niet in de koffie kwamen (grote snorren waren lange tijd in de mode)
beddelichters  handgrepen aan een touw in de bedstee (waar je moeilijk uit kon komen). Hiermee kom men zich optrekken als hulp bij het opstaan.  
moezevalen  muizenvallen
piepkerek pijpenrek
swevelstokken lucifers
zaalf veur kòl in handen   zalf voor winterhanden (rode, gevoelige handen en vingers)  
scheertjes   schaartjes
tellers borden
faailen  dweilen
boantjes   boezeroenen, borstrokken
bonetouw bindtouw
goldbrons goudkleurige verf voor metalen voorwerpen zoals petroleumstellen
testen vierkante stenen potjes voor kooltjes vuur in een stoof, om de voeten warm te houden
zakjes blaauw zakjes met blauw poeder dat toegevoegd werd aan de witte was om te voorkomen dat het geel kleurde
schouvik   schoenpoets
snorrebinders  elastiekjes waarmee mannen 's-nachts hun grote snorren(punten) in model brachten of hielden (vastgezet achter de oren), eind negentiende eeuw in de mode  
hoorntaauw   touw om de koeien vast te zetten
praimen breinaalden  
lampepoesters wissers voor de hoge, smalle lampeglazen van olielampen
kezerieven  soort kaasschaven
viefschaft grove kledingstof, geweven op een weefgetouw met vijf schachten ('viefschacht'), van wol of linnen, voor hemden of rokken
bözzels borstels
schöddeldouken vaatdoeken (ook schuddeldouken)  
piepereukels pijperagers  
beddetiek   overtrek van beddegoed
knoopsgatrek  knoopsgat-elastiek
hozen  kousen, sokken
steutkoor ribfluweel of Manchester stof (ook wel stuutsiekoor)
wetstainen   wetstenen, fijnkorrelige stenen om geslepen gereedschap extra scherp te maken

 

 


Het Kiepkerelbeeld in Münster (D)

 


Kiepkerel Hendericus Gerhardus Untied
gefotografeerd in Hoogezand 

 


geboren op 22 december 1853 en overleden op
16 februari 1934

 

 


 'De Zwagers' bij het
Kiepkerel beeld in Oude Pekela

 

 


Op de foto: George Petzinger als Kiepkerel

 

 


Radio Kiepenkerl in Münster (D)

 





Afbeelding van een kiepkerel in de Efteling

 




Kiepkerelbeeld in Rees (D)
 

 





De kiepkerel biedt zijn waren aan

 

 




 

 

 




Kiepkerelbeeld in Oude Pekela