Film Tentoonstelling Standbeeld Symposium
Documentaire RTV Noord Gratis brochure !
Toespraak Minister Verburg (expo Den Haag)
Film
Cineast Louis van Gasteren maakte voor deze tentoonstelling de documentaire
SICCO MANSHOLT, VAN BOER TOT EUROCOMMISSARIS, te zien in de Veenlustzaal van het
Veenkoloniaal Museum te Veendam, maar ook te bestellen bij de cineast zelf.
De documentaire bevat materiaal uit de film OVERSTAG, die uitgebreider op de
persoon Mansholt ingaat. We zien
fragmenten van persoonlijkheden, die Mansholt van nabij hebben meegemaakt in het
begin van zijn loopbaan, zoals Max Kohnstamm in Brussel en Jaap van der Lee,
oud-directeur Internationale Organisaties Landbouw (eerste helft jaren vijftig)
en tevens oud-kabinetschef Mansholt, die begin jaren vijftig bij Mansholt thuis
kwam om te filosoferen over de Europese eenwording.
De integrale tekst van de documentaire staat op de website van Louis van
Gasteren:
http://www.louisvangasteren.nl/actueel.html
Tentoonstelling
Recentelijk zijn twee publicaties aan Mansholt gewijd: ‘De Graanrepubliek’ van
Frank Westerman (1999), en ‘Mansholt, een biografie’ van Johan van Merriënboer
(2006). Op 13 september 2008 was het 100 jaar geleden dat Sicco Leendert
Mansholt werd geboren in het Groningse Ulrum. Op grond hiervan ontstond het idee
om Sicco Mansholt een plaats in zijn geboorteprovincie te geven met een beeld,
een expositie en een symposium.
De invloed van Mansholt op het platteland, de boeren en het boerenbedrijf in het
bijzonder, maar ook op Nederland in het algemeen, Europa en daarbuiten is groot
geweest. Hij heeft zich voor velen ingezet. Dat was al tijdens zijn periode als
boer in de Wieringermeer. Vervolgens kwam hij tijdens het verzet bovendrijven
als iemand met karakter en organisatietalent. Daarna zorgde hij als minister van
Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening voor brood op de plank in een Nederland
dat bij zijn aantreden nog slechts een voedselvoorraad voor één maand had.
Tevens streefde hij naar een redelijk bestaan voor de boeren en daarmee de
mogelijkheid dat de boerinnen er ook eens even tussenuit konden. Bovenal leverde
Sicco Mansholt een geweldige bijdrage aan de totstandkoming van de Europese
integratie, door sinds 1958 als vice-voorzitter en in 1972 als voorzitter van de
‘Commissie der EEG’ (Europese Economische Gemeenschappen) het Europees
Gemeenschappelijk landbouwbeleid gestalte te geven. Nederland kon in die
beginfase een rol spelen als ‘gidsland’ bij die eenwording. Mansholt, die als
Europees commissaris volslagen onafhankelijk diende te zijn, koos in Brussel
partij voor Europa en trok zich herhaaldelijk niets aan van de wensen van het
Nederlandse kabinet.
De totstandkoming van de EEG is door Mansholts niet-aflatende inzet sterk
bevorderd; zijn voortdurend hameren op het belang van een Europese aanpak van
zaken had een katalyserende werking en zou leiden tot de Europese Unie, zoals we
die op de dag van vandaag kennen.
De tentoonstelling begint met een indrukwekkend, levensgroot schilderij van Mansholt dat Sam Drukker in 1997 postuum van hem maakte en in het bezit is van het Ministerie van LNV. Daarna volgt een paneel over zijn afkomst, gevolgd door zijn opleiding en verblijf in voormalig Nederlands Indië. Vervolgens zien we zijn boerenbedrijf en maken we kennis met zijn verzetswerkzaamheden gedurende de oorlog. Uitgebreid wordt ingegaan op zijn ministersperiode bij liefst zes kabinetten en zijn tijd in Brussel als eurocommissaris. In de epiloog wordt door Mansholt teruggekeken op zijn gevoerde beleid en de twijfel die hij daarover achteraf had. Heb ik het wel goed gedaan? Tot slot zien we hem privé, als huisvader, vriend, knutselaar, schaatser van de Elfstedentocht, verwoed zeiler, kortom als iemand die altijd in beweging was.
De tentoonstelling wordt begeleid door een gratis brochure van 53 pagina’s.
De brochure is ook in het Engels verkrijgbaar.
Waar was/is de tentoonstelling te zien?
Veendam, Veenkoloniaal Museum: 22.6.08 - 4.1.09
Den Haag, Ministerie van LNV: 6.4.09 - 6.6.09
Brussel, Berlaymont Europese Commissie,
Presidens Gallery: 19.11.09 - 11.12.09
Leer (D): Schloss Evenburg, 16.04.2010 - 16.04.2010
Organisatie: Veenkoloniaal Museum Veendam
foto's Veendam foto's Den Haag
Standbeeld
Standbeeld
De onthulling van het standbeeld van Sicco Mansholt, waarvoor kleinzoon Hylke
nog model heeft gestaan, is op zijn honderdste verjaardag op 13 september 2008
verricht door zijn dochter Theda Aghina-Mansholt en door de minister van LNV,
Gerda Verburg.
Zoals al naar voren kwam, is het idee voor het maken van een standbeeld ontstaan
naar aanleiding van het boek ‘Mansholt, een biografie’ van Johan van Merriënboer
(2006). Bij een toevallige ontmoeting met kunstenaar Marten Grupstra vroeg
initiatiefnemer Bé Buining hem of hij in staat zou zijn een beeld van Mansholt
te maken. Hij reageerde direct enthousiast. Hij zei: ‘Dat beeld, dat moet er
komen. Ook als er financiële problemen zouden ontstaan.’ Wat is er mooier dan
een Groninger uit de regio, Marten Grupstra, een beeld te laten maken over een
geboren Groninger, Sicco Mansholt?
Als kind uit een niet-kunstzinnig gezin, geboren in het laatste oorlogsjaar, was
Marten Grupstra al op jonge leeftijd met kunst begaan. Na een opleiding als
werktuigbouwkundig tekenaar en jachtbouwer werkte hij aanvankelijk als ontwerper
van jachten en vissersschepen. Daarnaast volgde hij een tweetal cursussen
tekenen en schilderen aan de Kunst Academie Minerva te Groningen. Zijn eerste
expositie hield hij op 19-jarige leeftijd in de toenmalige bekende galerie ‘Het
Voorhuis’ te Veendam.
Bij vlagen produceerde hij grote en minder grote werken, variërend van aquarel
en olieverf tot beeldhouwwerken in steen en metaal. Na een meerjarige cursus
modelboetseren aan het Kunsten Centrum in Groningen, waar gewerkt wordt met klei
en modelwas, heeft hij zich de techniek van het bronsgieten eigen gemaakt. Dit
resulteerde in bronzen beelden van de popgroep Ro-D-ys te Oude Pekela, dichter
Derk Sibolt Hovinga en mezzo sopraan Gail Gilmore.
De bewerking van metaal geniet de speciale voorkeur van de kunstenaar. Het beeld
van Sicco Mansholt is een samenstelling van twee absoluut verschillende
technieken. Het realistisch gegoten bronzen borstbeeld is verwerkt in een
lichaam gemaakt van verschillende metalen zoals messing, koper en roestvrij
staal die zijn bewerkt en gelast tot een geheel.
Het beeld van Sicco Mansholt staat op een eilandje in Blauwestad. Met
‘Blauwestad’ wordt het gebied bedoeld tussen de plaatsen Winschoten, Scheemda,
Midwolda, Finsterwolde en Beerta. Het gebied is het blauwe hart van het Oldambt.
Zo heet deze streek in Oost-Groningen. Het plan voor Blauwestad omvatte in grote
lijnen de volgende zaken: de bouw van 1500 woningen; het realiseren van circa
350 hectare natuur (in het kader van de Ecologische Hoofdstructuur en
toeristisch recreatieve voorzieningen) en de aanleg van een meer van 800
hectare. Naar aanleiding van de wateroverlast in Noord-Nederland in 1998, heeft
het meer in een later stadium een functie gekregen als waterbergingsgebied,
wanneer dat nodig mocht zijn. De realisatie van Blauwestad moet leiden tot
vergroting van de leefbaarheid in het gebied van Blauwestad. Het gebied kampte
destijds met meerdere problemen: sterke vergrijzing, wegtrekkende jongeren in
verband met het ontbreken van werk en braakliggende landbouwgronden ten gevolge
van subsidies om overproductie tegen te gaan. Tot overmaat van ramp brachten de
traditionele subsidieregelingen geen verbetering. Het resultaat van dit alles
was dat er weinig of niets meer gebeurde en er niet echt zicht op verbetering
was.
Met de aanleg van het meer, de natuurgebieden, de toeristisch recreatieve
voorzieningen, de bouw van woningen en het aantrekken van mensen van elders die
hier hun geld komen besteden, wil men het gebied een economische impuls geven.
Waarom voor plaatsing van het beeld in het gebied van Blauwestad is gekozen,
wordt duidelijk als we weten dat Mansholt veel had met de leefbaarheid van het
platteland. Hij was van mening dat je landbouwproducten op de daarvoor meest
geschikte gronden moest verbouwen. Het gebied van ‘Blauwestad’ bestaat uit
relatief minder goede landbouwgrond en daarom kon Mansholt, toen hij van de
plannen hoorde, achter het project van Blauwestad staan. Tevens vinden we de
‘roots’ van Sicco Mansholt terug in het Oldambt; overgrootvader Ubbo Jansen
Mansholt begon te boeren in Scheemda en grootvader Derk Roelfs Mansholt had een
boerderij in het nabij gelegen Meeden.
Het beeld kijkt uit zowel op de landbouwgronden in het Groningse Oldambt als
over het water van het Oldambtmeer.
Symposium
Op zaterdag 13 september 2008 vond, aansluitend op de onthulling van het
standbeeld, het symposium ‘100
Jaar Sicco Mansholt’
plaats in het Cultuurcentrum van Beresteyn. Het symposium ‘de betekenis van
Sicco Mansholt in verleden, heden en toekomst’ was georganiseerd door en stond
onder leiding van Prof. Dr. Dirk Strijker, hoogleraar Plattelandsontwikkeling op
de Mansholtleerstoel van de Faculteit der Ruimtelijke Wetenschappen van de
Rijksuniversiteit Groningen.
Voor inleiders, sprekers en andere genode gasten was busvervoer geregeld van Blauwestad naar Veendam en terug.
Het welkomstwoord werd verricht door Dirk Strijker, waarna de minister van LNV, Gerda Verburg de openingsrede uitsprak. Zij trok de lijn van het landbouwbeleid van Mansholt door naar het heden en de toekomst. Vervolgens gingen verschillende sprekers in op de persoon Mansholt en zijn politieke betekenis. Dr. Johan van Merrienboer van de Radboud Universiteit Nijmegen en schrijver van ‘Mansholt, een biografie’ ging in op de persoon Mansholt. Prof. Dr.Ir.Gerrit Meester van de Universiteit van Amsterdam en het ministerie van LNV belichtte de relatie tussen Mansholt en de landbouw.

Er werden fragmenten uit de documentaire van cineast Louis van Gasteren over Mansholt vertoond. Een ander intermezzo bestond uit enkele interviews, ondermeer met Theda Aghina-Mansholt, Thijs Berman (Europarlementariër en familiair zeer goed bekend met Sicco Mansholt) en de heer Jaap van der Lee. Behalve het bekleden van de hierboven omschreven functies die de heer van der Lee een directe intensieve (persoonlijke) relatie gaven met Mansholt, was hij in 1956 eveneens onderhandelaar namens Nederland en Sicco Mansholt over het Verdrag van Rome.
Het symposium werd afgesloten met een viergesprek onder leiding van Dirk Strijker, met Harm-Evert Waalkens (Tweede kamer), Jan Mulder (Europees parlement), Albert-Jan Maat (vz. LTO-Nederland) en Willem Foorthuis (Van Hall Larenstein).

Omdat de belangstelling groter was dan de zaalcapaciteit was voor belangstellenden ruimte geboden om het programma in de foyer van Cultuurcentrum van Beresteyn via een speciaal geplaatst scherm te volgen. Daarvan is ruim gebruik gemaakt.
Over de organisatie van het symposium, in het bijzonder de sprekerslijst en de lijst met genodigden is intensief gecommuniceerd met onder meer het ministerie van LNV, Rabobank en LTO-Noord.Het symposium met 380 deelnemers werd algemeen gezien als een groot succes. Het kreeg veel aandacht in de landelijke en regionale pers.
Organisatie: Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen
toespraak minister LNV 13.09.08
Openingswoorden Prof. Dirk Strijker
tijdens het Mansholtsymposium
13 september 2008 in Cultuurcentrum vanBeresteyn
Dames en heren, we beginnen. Het is me een genoegen u allen welkom te heten op het symposium ‘100 jaar Sicco Mansholt’. U heeft het gemerkt dat het druk is, een twee keer zo grote zaal hadden we ook kunnen vullen. U behoort dus tot de uitverkorenen. Mijn naam is Dirk Strijker, en ik bezet de Mansholt-leerstoel voor Plattelandsontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen. De organisatie van dit symposium vindt plaats onder auspciën van de stichting ‘100 jaar Sicco Mansholt’, en is feitelijk in handen van de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de RUG.
Er zijn hier vandaag veel hoogwaardigheidsbekleders, en bijvoorbeeld ook heel wat familie van Sicco Mansholt. Ik wil u allemaal van harte welkom heten, maar om de tijdswille ga ik niet iedereen noemen. Toch wil ik een paar uitzonderingen maken. In de eerste plaats is het ons een grote eer en genoegen onze minister van landbouw, natuurbeheer en Voedselkwaliteit, Gerda Verburg te verwelkomen. Mevrouw de minister, we voelen ons zeer vereerd dat u het eerste deel van dit symposium wilt bijwonen en een actieve bijdrage wilt leveren.
Vervolgens de commissaris van de koningin in Groningen, de heer Max van den Berg, en ook heer Ab Meijerman, burgemeester van gastgemeente Veendam. En in hetzelfde rijtje horen ook de inleiders en discussianten van vanmiddag. Allemaal van harte welkom.
Mevrouw de minister, u heeft er al een klus opzitten: u heeft een uur geleden samen met Theda Aghina Mansholt, de dochter van, het beeld van Sicco Mansholt in Blauwe Stad onthuld. Theda, ook van harte welkom.
Achter mij ziet u dat onze razende reporter hier snel vanuit de Blauwe Stad naartoe gefietst is om foto’s te ontwikkelen. Het standbeeld dat zojuist onthuld is, is gemaakt door kunstenaar Marten Grupstra uit Nieuwolda. En om een brug te slaan tussen het buiten van de Blauwe Stad en het binnen van deze zaal hebben we op het podium een borstbeeld van Mansholt, wederom gemaakt door Marten Grupstra op het podium staan.
Het standbeeld, de expositie en het symposium zijn onderdeel van het project ‘100 jaar Sicco Mansholt’ dat door Be Buining geïnitieerd is. U kent hem allemaal inmiddels, en ook zijn medebestuursleden Lex Geesing en Pieter ten Have. Voor het hele project was nogal wat geld nodig. De naam van Mansholt roept klaarblijkelijk zoveel positieve gevoelens op (ik heb daar een paar dagen geleden in verschillende kranten ook al wat over gezegd) dat er voldoende sponsors bereid waren een en ander te steunen.
Van grote en kleine bijdragen, ze staan hier allemaal op het scherm. Vertegenwoordigers van de sponsors zitten in de zaal. Dank u wel voor uw financiële inspanningen. Fijn dat ook u er bent. Een aanzienlijk aantal van u is hier vandaag aanwezig op uitnodiging van de grootste sponsor, de regionale RABObanken en RABObank Nederland. En daarom is een aantal topmensen van RABO hier vandaag aanwezig. Ook u allemaal welkom.
Het project ‘100 jaar Sicco Mansholt’heeft niet alleen financiële ondersteuning gekregen, maar ook morele, in de vorm van een comité van aanbeveling. U ziet ze hier achter me geprojecteerd staan.
Naar het programma van vandaag nu.
We hebben een beetje geschoven in het programma, en een kleine pauze ingevoegd, om op een ordelijke manier de minister te kunnen uitzwaaien en om u even de benen te laten strekken. Het wordt een korte pauze, en u loopt de kans dat u de rest van het programma op het scherm in de foyer te moeten volgen als u na de pauze niet op tijd terug bent. Ook in die foyer is het trouwens goed toeven.
Kortom, nogmaals allemaal welkom, en ik wil de minister verzoeken mijn plaats in te nemen voor het uitspreken van haar inleiding. Ik heb bij geruchte vernomen dat haar inleiding inhoudelijk heel wat verder gaat dan een eenvoudige openingshandeling. Excellentie, aan u het woord.
http://www.rtvnoord.nl/televisie/tv_prog.asp?pid=287#
Documentaire RTV Noord
Documentairemaker Pieter de Hart heeft voor RTV Noord een prachtige documentaire
van 30 minuten gemaakt die op zondagavond 14 september 2008 werd uitgezonden. De
titel ervan is ‘Sicco, een boer verandert de wereld’. In de documentaire zijn
interviews opgenomen met een aantal mensen die ook op het symposium een
belangrijke rol speelden: Dirk Strijker (RuGroningen), Johan van Merriënboer (de
biograaf van Mansholt), Theda Aghina-Mansholt (de dochter van) en Thijs Berman
(Europees Parlement). De Stichting 100 jaar Sicco Mansholt heeft ook voor deze
documentaire een bijdrage geleverd.

De brochure '100 jaar Sicco Mansholt' is gratis verkrijgbaar voor iedere bezoeker van de expositie ! (zo lang de voorraad strekt)
Toespraak | 15-09-2008
Toespraak door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), mevrouw G. Verburg, bij het symposium 100 jaar Mansholt op 13 september 2008 in Veendam.
Dames en heren, Sicco Leendert Mansholt heeft zijn standbeeld.
En een symposium toe! Het werd tijd. Voor ons en voor de plannenmaker, de idealist, de organisator, de boer, de profeet en de politicus die zijn handtekening op zijn tijdsgewricht achterliet. En die daarin grenzeloos en onvergetelijk is gebleken te zijn. De landbouw en Nederland mogen hem dankbaar zijn.
Ik mocht zijn beeld vanmiddag samen met mevrouw Theda Aghina-Mansholt in de Blauwe Stad onthullen. Voor mij een grote eer. Immers Mansholt heeft als geen ander het stempel gedrukt op de naoorlogse Nederlandse landbouw en met name het Europese gemeenschappelijke landbouwbeleid. Daarvan was hij de grondlegger. Met de schaarste van de oorlogsjaren vers in het geheugen, zocht hij naar oplossingen voor dreigende voedseltekorten. Als minister van Landbouw in zes naoorlogse kabinetten, landbouwcommissaris van de Europese Commissie en voorzitter van de Europese Commissie.
Als minister werkte hij aan de modernisering van de Nederlandse landbouw. Als eerste Europese landbouwcommissaris, werkte hij ook het zogenaamde Plan Mansholt uit. Dat was een plan dat uit ging van een gemeenschappelijke landbouwmarkt, waarin het draaide om het opvoeren van de productie via schaalvergroting.
Sprekers na mij zullen hier dieper op in gaan. Ik wil er een persoonlijke noot aan toevoegen. Zijn veelzijdigheid spreekt nu eenmaal tot de verbeelding.
Mansholt was namelijk boer. Met de voeten in de klei. Denken ging in het klein, onder het werken door, maar ook in het groot. Idealen waren groot èn praktisch uitvoerbaar. Een ideale combinatie, als u het mij vraagt. Zijn doorzettingsvermogen viel enorm op tijdens Europese marathonzittingen. Hij was ook op andere gebieden een volhouder. Ik noem één voorbeeld, omdat ik hoop dat ook zelf eens te mogen doen: het schaatsen van de Friese Elfstedentocht. Mansholt reed die tocht twee keer uit, in 1942 en in 1954. Ik werd steeds uitgeloot bij de laatste keren dat die marathontocht werd gehouden.
Interessant is dat maatschappelijke waarden, en dan met name in de periode van overschotten, een steeds belangrijker rol zijn gaan spelen in de discussie over het Europees landbouwbeleid. Niet in de laatste plaats bij Mansholt zelf. In zijn laatste interview met de Groene Amsterdammer zegt hij: 'Toen de landbouw in Europa van schaarste naar overproductie ging, hadden de subsidies aan boeren herzien moeten worden.'
Mijnheer Mansholt, we zijn ermee bezig! En mijnheer Van Merriënboer, ik heb genoten van uw biografie. Het boek is overigens nog steeds een hit in Haagse kringen.
Dames en heren,
Nederland mag trots zijn op dit erfgoed. Waaronder natuurlijk
dat briljante business plan, dat we Gemeenschappelijk Landbouw
Beleid, het GLB, zijn
gaan noemen. Mijn bijdrage begint waar Mansholt is geëindigd. Ik
ga het hebben over het oude en het nieuwe Europees
landbouwbeleid.
Ik heb als minister te maken met een erfenis die mijns inziens direct naar Mansholt terugvoert: de enorme maatschappelijke betrokkenheid bij het GLB. Voor de gemiddelde Nederlander is dit niet de bekende ver-van-zijn-bed show; Europa staat wat landbouw betreft bijna naast zijn bed. Negentig procent van de burgers merkt de Europese landbouw als 'belangrijk' of 'zeer belangrijk' aan. Ook uit internationaal uitgevoerd onderzoek blijkt dat het Europees landbouwbeleid de Nederlander in het hart raakt. Nederlanders hechten er meer belang aan dan burgers uit bijna alle andere lidstaten.
Zulke onderzoeksresultaten roepen logische vervolgvragen op. Hoezo? Wat zit erachter? Waar komt die betrokkenheid vandaan en waar is het op gericht? De publieke dialoog, die op mijn initiatief is gevoerd, geeft aanknopingspunten. Er is brede maatschappelijke steun voor duurzaam ondernemerschap. Voor degenen die participeren in het behoud en beheer van natuur en landschap. Dierenwelzijn. Voldoende veilig voedsel in de wereld. En dat allemaal zodanig dat het klimaat en de biodiversiteit daar niet onder lijden.
Hoe moeten wij dat duiden? Die vraag heb ik de SER voorgelegd. In het advies, de 'waarden van de landbouw' wijst de raad op het belang van de zogenaamde 'andere publieke diensten' van de landbouw. Die, zegt de SER, zijn van groot belang.
Zaak is nu om dat te gaan belonen. Maar wel zo, dat het voor de hele samenleving zichtbaar wordt. De tussentijdse herziening van het GLB, 'Health Check' biedt een uitstekende kans om daar vanaf 2010 mee te beginnen. Ik kom daar nog op terug.
Eerst het GLB in het groot.
Dankzij Mansholt heeft Nederland veel in het GLB geïnvesteerd. Mentaal, moreel en materieel. Het heeft ons geen windeieren gelegd. Een voorhoedepositie voor de sector in de wereld. Een imago, identiteit. Mansholt heeft ook Europa een duw gegeven. Het GLB was de motor achter het proces van eenwording, de nooit-meer-oorlog mentaliteit van de jaren vijftig en de economische kracht van Europa. Met Mansholt als uitvinder en onderhoudsmonteur tegelijk. Maar, en Mansholt zou dit zeer met mij eens zijn, datzelfde GLB was nooit ontworpen voor de eeuwigheid. Nieuwe waarden komen in de plaats van oude. Ontwikkelingen gaan door. Grenzen schuiven op of vallen weg. Letterlijk, als nieuwe lidstaten toetreden of zoals ooit bij de val van de Berlijnse muur. En figuurlijk, als exportrestituties en invoerheffingen verdwijnen. Soms gaat dat met horten en stoten, zoals ook blijkt uit de allerminst soepel verlopende Doha-ronde.
Des te belangrijker is het, dat het GLB daar mee in de pas blijft lopen.
Het nieuwe GLB kunnen we niet blijven vormen met oude denkwijzen. We hebben een andere benadering nodig, waarbij we weer groot moeten denken. Waarin we individuele belangen, sectoren en maatschappelijke stromingen niet los van elkaar beschouwen. Ik wil dat illustreren aan de hand van een nationaal voorbeeld: de veehouderij.
Vorig jaar heb ik een oproep gedaan. Ik vind dat de veehouderij in vijftien jaar tijd een duurzaamheidsprong moet maken. Dat sluit aan op de trend die gaande is en ik zie veel mogelijkheden. Maar ook implicaties. Voor de veehouder zelf bijvoorbeeld. Om mee te kunnen gaan op de golf van duurzaamheid moet je als veehouder je vakkennis anders benutten. Je moet de verbinding opzoeken, niet blijven hangen in eendimensionale winst/verlies prognoses. De vraag stellen: waar kan ìk bijdragen, opdat de héle keten sterker bijdraagt aan people, planet en profit? Ik zie dit nu ook daadwerkelijk onder mijn ogen ontstaan. En het komt uit de sector zelf. Ik zie het in allerlei innovatieve projecten. Ik ben er dan ook van overtuigd dat die houding het duurzaamheidsdenken nog dieper in de landbouwsector helpt te verankeren.
Die houding - noem het nieuw ondernemerschap, noem het groene industriële revolutie - doet op verschillende plekken opgeld. In andere sectoren van de economie, in de samenleving, in de boezem van het kabinet, in de Europese Unie, en in andere internationale fora. Het is een belangrijke context voor het nieuwe business plan dat momenteel in de steigers staat: het herziene GLB.
Dat brengt mij bij de Health Check. Dat is de tussentijdse evaluatie van de Europese Commissie ter voorbereiding op de herziening van het GLB. Afgelopen mei heeft Europees Commissaris Fischer Boel daarvoor wetgevingsvoorstellen gedaan.
Ik sta hierbij stil, omdat Europese afspraken het kader zijn en blijven voor het kabinetsbeleid. Voedselzekerheid en voedselveiligheid blijven uitgangspunten, al komen er wel een aantal bij.
Als eerste: een betere koppeling van de inkomenstoeslagen aan de beloning van maatschappelijke diensten, zoals het in stand houden van het landschap en de zorg voor het milieu en dierenwelzijn. De Health Check biedt kansen om daar vanaf 2010, morgen dus, mee te beginnen. Het GLB moet agrarisch ondernemers vaker verdienstelijk worden, als zij het grotere geheel een extra dienst bewijzen. Ook in gebieden waar je zonder subsidie geen agrarisch bedrijf kunt runnen. Waar boeren en plattelandsondernemers een stuk landschap of natuur beheren, dat anders verloren zou gaan. Of waar ze iets extra's voor het milieu, de biodiversiteit, het waterbeheer doen. Zij mogen van mij ook iets van het nieuwe beleid gaan merken. Dit betekent dat we toe gaan naar een meer regionale invulling van de inkomensondersteuning in de periode naar en na 2013. Daar liggen mogelijkheden.
Ten tweede. Er zijn stappen nodig om de marktoriëntatie van de sector te verbeteren. In markten waar de grenzen steeds meer verdwijnen is dat onontkoombaar. Ik ben ervan overtuigd dat de sector de concurrentie op eigen kracht aan kan. Producenten krijgen daarin een sterk eigen verantwoordelijkheid. Zij doen er dan goed aan niet te blijven focussen op een vaste, kostendekkende contractprijs.
Tenslotte blijft Europees beleid nodig om de landbouw en het platteland vitaal te houden. Oftewel: het GLB moet innovatie en duurzaam agrarisch ondernemerschap stimuleren. De ruimte daarvoor ligt volgens de Commissie vooral bij het waterbeheer, in bio-energie, klimaatverandering en biodiversiteit.
In de toekomst krijgt het GLB vrijwel zeker een andere betalingssystematiek. Als u de huidige betalingssystematiek met de ogen van nu bekijkt, ziet u de grenzen. Ga maar na: we zitten met een systeem waarbij tweederde van de inkomenssteun aan boeren is gebaseerd op wat zij vroeger kregen. U kunt zich voorstellen dat de landbouw daarmee niet flexibel kan inspelen op de wereldmarkt, op klimaatveranderingen en veranderingen in de natuur. Willen we via het nieuwe GLB ook het heden, en niet alleen het verleden, leading maken, dan ontkomen we niet aan die nieuwe systematiek.
Gisteren is de ministerraad akkoord gegaan met mijn ideeën daarover. Europa heeft in onze visie potentie om uit te groeien tot gidsregio voor de wereldwijde voedselproductie. Daar moeten we gezamenlijk aan werken en daartoe wil het kabinet dat het Europees Landbouwbeleid van de toekomst een marktgerichte, duurzame en maatschappelijke signatuur krijgt.
Het is een beleid waarbinnen concurreren, innoveren en kennis ontwikkelen werkwoorden zijn. Tegelijkertijd is het een beleid waarmee agrarische ondernemers worden beloond voor de publieke diensten die zij de samenleving leveren. Als een agrarisch ondernemer merkbaar bijdraagt aan de kwaliteit van het landschap, de natuur, het milieu of dierenwelzijn, moet hij daar een marktconforme beloning voor krijgen. Het jaar 2020 is de horizon om dat te realiseren: een geleidelijke en slimme ombouw van de inkomenssteun van nu naar een beloningssysteem. Daar zijn overigens tot 2013 al een aantal aanpassingen voor nodig en mogelijk.
Dat zijn de hoofdlijnen. Hoe het Europees landbouwbeleid er ná 2013 precies uit zal zien, is in Europa en in Nederland nog onderwerp van studie en discussie. We gaan dit de komende tijd met alle partijen verder uitwerken.
Wij kijken dus vol vertrouwen vooruit naar het jaar 2020. Maar daarbij blijft het niet. Ook voor de generaties na ons zal duurzaamheid nog een actueel thema zijn. Ook zij zullen de productie van voedsel en onze manier van consumeren moeten verbinden aan maatschappelijke waarden. Actief.
Dames en heren,
Ik heb deze viering, honderd jaar Sicco Mansholt, aangegrepen om
iets te vertellen over het GLB. Als eerbetoon aan
Mansholt, maar omdat ik hoop dat de band met de democratie en
Europa hun betekenis zullen behouden.
'Als de boeren het goed hebben, heeft iedereen het goed'. Dat was credo van Mansholt. Het heeft mij als minister geïnspireerd tot een eigen, bescheiden variant: 'als de boeren het goed doen, kunnen we allemaal leven van het land en geven om natuur. Dank u wel.
Europa en landbouw zijn onafscheidelijk
Zonder Europese Unie zou Nederland er heel anders uit zien. Onze land- en tuinbouwproducten gaan naar heel Europa, en ver daarbuiten. Sicco Mansholt had dat al heel vroeg door. Dit zei minister Verburg bij de opening van een tentoonstelling over Mansholt.
Toespraak van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G. Verburg, bij de tentoonstelling Mansholt - van boer tot eurocommissaris - op 7 april 2009.
Dames en heren,
Allereerst een woord van dank aan de initiatiefnemers van deze tentoonstelling. Het was de bedoeling dat ik de tentoonstelling vorig jaar in Veendam zou zien, maar dat is er helaas niet van gekomen. Ik ben dan ook blij dat al het materiaal uit Veendam naar Den Haag kon worden verhuisd, zodat ook hier iedereen meer te weten kan komen over het werk en het leven van Sicco Mansholt.
Mijn speciale dank gaat dan ook uit naar Petra Maters en haar mensen. Naar Bé Buining die het initiatief nam voor de tentoonstelling. En naar Bert Nellestijn van LNV die de organisatie op zich heeft genomen.
Waarom wil ik graag de tentoonstelling over het leven en werk van Mansholt binnen deze muren hebben? Om een aantal redenen.
Allereerst: Tentoonstelling geeft een goed beeld over de persoon Sicco Mansholt. Laat zijn sterke maar ook zwakke kanten zien. Gaat in op zijn ambities, en wat er van die ambities terecht is gekomen.
De tentoonstelling gaat dus niet alleen over een meneer, en wat hij heeft gedaan. Deze tentoonstelling gaat óók over hoe je in het leven kan staan, als persoon én als politicus. Waarbij Mansholt de visie én de moed had om kritisch terug te kijken op het beleid waarvan hij één van de architecten was.
U hebt daar al veel over kunnen lezen in het boek 'De Crises', uit 1974. In dat boek blikt hij terug op zijn leven en zijn rol in politiek en samenleving. Hij was toen zes en zestig. In die tijd mocht je toen nog met pensioen - en dat was hij dus ook - , maar hij was nog actief en hard aan het werk.
In het boek laat hij zien waar hij mee worstelt, hoe hij de belangen en machtsverhoudingen in Europa beoordeelt, en hoe hij visie en strategie in alledaagse praktische actie omzet. Een mooi voorbeeld daarvan: 'Daar zaten we dan achter onze formica tafels als nieuwe Commissie met onze Europese idealen. Maar we hadden geen pen en papier'.
Het zijn deze ervaringen, de anekdotes, de bespiegelingen, die het boek zeer leesbaar maken. Een echte aanrader. Je zou willen dat politici wat vaker de pen pakten om hun ervaringen en motieven aan jongere generaties dóór te geven.
En een tweede reden om de tentoonstelling hier in Den Haag een podium te geven is: Europa. Want Mansholt is niet alleen de mens Mansholt, maar ook een exponent en vormgever van onze Europese geschiedenis.
Om dat te kunnen begrijpen, is een stap terug in onze geschiedenis nodig. Het Europa van de vijftiger jaren ging om vrede en veiligheid. Ging om het scheppen van een gemeenschappelijke markt voor consumptiegoederen en voor investeringsgoederen.
Zo'n markt, wist Mansholt, kon nooit geschapen worden zonder gemeenschappelijk landbouwbeleid. In die zin is het gemeenschappelijk landbouwbeleid eerder een bijproduct van de Europese ambities, dan de kern ervan. Mansholt heeft dat overigens ook meerdere malen betoogd: zonder gemeenschappelijk landbouwbeleid géén gemeenschappelijke markt voor consumptiegoederen en de industrie.
Maar ondanks het feit dat het landbouwbeleid eigenlijk een bijproduct was, heeft het in de jaren daarna toch veel aandacht getrokken én gekregen. En dat kwam met name omdat het een beleidsveld was dat echt Communautair georganiseerd moest worden. Met veel bemoeienis van de overheid. Dat gold veel minder voor de staalindustrie, of voor de olie en chemie.
Europa en landbouw zijn dan ook onafscheidelijk aan elkaar verbonden. En vandaar misschien ook dat we hier op LNV zo hameren op het belang van Europa. Vooral ook nu, zo vlak voor de Europese verkiezingen. Zonder Europese Unie zou het er hier in Nederland heel anders uitzien.
Kijk naar Schiphol, Pernis, Rotterdam, de Zuidas, Corus en Shell: zonder Europa was al deze bedrijvigheid nooit mogelijk geweest op deze schaal. Kijk naar onze land- en tuinbouwproducten. De sector zit nu in een dip, maar de producten gaan naar heel Europa (en ver daarbuiten).
Mansholt had dat al heel vroeg door. Had al heel vroeg die vooruitziende blik. Hij zag echter ook - meer aan het einde van zijn carrière - de schaduwzijde van het succesvolle Europese landbouwbeleid. En daarmee maak ik weer een sprong naar het hier en nu.
Hij zag dat er door de focus op de productie, onvoldoende oog was voor hoe wij omgingen met onze grond, het milieu en onze dieren. En daarmee blijkt eens te meer zijn vooruitziende blik. Want inmiddels zet de Europese Commissie, en wij hier in Nederland, steeds meer in op duurzaam ondernemen. En gaan we agrarische ondernemers - zichtbaar voor iedereen - belonen voor het beheer van het landschap en de natuur, en de zorg die zij besteden aan milieu en dierenwelzijn. Eind deze maand stuur ik een voorstel naar de Tweede Kamer waarin ik meer mogelijkheden voor ga stellen voor een dergelijke beloning.
Dames en heren,
Wie was het die zei: 'in het verleden, ligt het heden. In het nu, wat komen zal' (Bilderdijk). Hier op deze tentoonstelling liggen heden en verleden heel duidelijk in elkaars verlengde. Want de idealen van Mansholt - een sterke productieve én duurzame landbouw - liggen echt onder handbereik.
Nu is onze generatie aan zet om de toekomst vorm te geven. We werken aan een sterke, innovatieve en duurzame landbouw, die koploper is binnen de Europese Unie maar ook daarbuiten. En die open ogen heeft voor kansen en ontwikkelingen. Ik denk daarbij nadrukkelijk aan de rol die agrarisch onderwijs kan spelen. Een duurzame landbouw met respect voor biodiversiteit en milieu, en rekening houdend met schaarste aan water en energie.
Ik open met heel veel plezier deze tentoonstelling.
